Dit vond ik gewoon te goed om te laten passeren. Het heeft niets met mijn persoonlijke voorkeur te maken, maar het filmpje op zich is gewoon hilarisch:
Archief voor mei 2008
Als je mee wilt, er is plaats genoeg…
In de laatste week zijn er twee NASA-missies die hebben aangekondigd dat je naam mee de ruimte in kan.

De Lunar Reconnaissance Orbiter wordt normaal op het einde van 2008 gelanceerd, om de maan te ’scouten’ op veilige landingsplaatsen en nuttige materialen. En iedereen die wil, kan zijn naam opgeven op deze pagina (voor 27 juni). De namen komen allemaal te staan op een microchip op het ruimtetuig.
Kepler daarentegen, is een ruimtetelescoop die staat gepland voor lancering in februari 2009. Hij gaat, in een baan rond de zon, planeten zoals de Aarde proberen te vinden in andere sterrenstelsels. Je naam kan mee op een dvd. Kijk hier voor meer info.
De laatste weken ben ik vooral bezig met ruimtevaart en zo, maar aangezien de examens met rasse schreden dichterbij komen, komen er in de volgende weken waarschijnlijk opnieuw minder posts. Veel succes nog voor iedereen die het kan gebruiken!
P.S. Voor wie nog niet doorhad waar de titel vandaan komt, kijk eens hier.
Biobrandstoffen – een oplossing?
Mijn vorige post hierover kent toch een beetje succes (als je op Google ‘oplossingen broeikaseffect’ ingeeft staat hij op de eerste of tweede pagina, en dat is te zien aan het aantal bezoekers), dus besloot ik om nog maar eens iets over het klimaat te schrijven.
Een aantal weken geleden organiseerde het Leuvense centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek een uitstekend debat over biobrandstoffen. Tegenwoordig een hot topic, en dat was er ook aan te zien. Stampvol zat het, met vooral studenten en landbouwers. Heel diverse meningen kwamen aan bod, zowel uit het panel als uit het publiek. De presentaties van de panelleden kan je hier vinden.
Mijn mening over die biobrandstoffen is door het debat ook behoorlijk wat veranderd, of liever, scherper gesteld. Wat ik zelf erover denk is ongeveer dit:
- De link tussen biobrandstoffen en de gestegen voedselprijzen wordt veel te gemakkelijk gelegd. Er zijn talloze andere oorzaken die, naast biobrandstoffen, meespelen. Ik denk vooral aan de toenemende welvaart – en daardoor vleesconsumptie – van bijvoorbeeld de Chinezen. Meer onderzoek zou hier nuttig kunnen zijn.
- We moeten heel voorzichtig zijn met waar en hoe, vooral eerste generatie, biobrandstoffen geteeld worden. Regenwoud of andere natuurgebieden opofferen kan en mag niet. Nochtans is dat wel wat er gebeurt in Brazilië, India en Maleisië. Het probleem is dat er geen directe economische waarde zit in regenwoud of savanne, en ook al zijn de opbrengsten van gewassen geteeld op vroegere wouden miniem, er zijn opbrengsten. Zolang dit niet opgelost is, is het inderdaad immoreel om biobrandstoffen van de eerste generatie te gebruiken laat staan te promoten.
- Daartegenover staat het positief effect op de landbouw op andere, meer geschikte plaatsen. In ontwikkelingslanden kan het telen van biobrandstoffen eindelijk een minder negatieve handelsbalans teweeg brengen. Tegelijk kunnen biobrandstoffen de plaatselijke landbouw een broodnodige boost geven om verdere verstedelijking en het vormen van sloppenwijken tegen te gaan.
- NGO’s allerhande hebben niet zonder reden jarenlang gepleit voor hogere prijzen voor voedsel op de wereldmarkt. De huidige situatie kan dan ook een kans bieden aan lokale boeren om niet langer verlieslatend te zijn. Het probleem van de verhoogde voedselprijzen ligt voornamelijk bij de distributeurs. Landbouwers, hier en in het Zuiden, zien bijzonder weinig van de prijsstijgingen, behalve wanneer ze zelf voedsel moeten aankopen.
- Tweede generatie biobrandstoffen zijn eigenlijk veel beter op quasi alle vlakken, en gebruiken over het algemeen geen grond die voor voedsel kan bedoeld zijn. Daardoor vallen zowel de enkele voordelen als de talrijke nadelen van de eerste generatie weg.
- De invloed van biobrandstoffen op het broeikaseffect is misschien minimaal, maar elke druppel fossiele olie die zomaar opgebrand wordt om een paar kilometer verder te rijden is er een te veel. We hebben die olie nodig om kunststoffen en zo van te maken, en natuurlijk is er het gevaar van een ingrijpende klimaatsverandering.
